Human Performance Code › De acht schakels › Mindset
HPC-05
Mindset staat niet aan het einde van je gedrag. Het staat ervoor en bepaalt welke opties je überhaupt ziet.
Gedrag, geen gevoel. Dit is wat anderen zien als mindset je zwakste schakel is.
Lees het hele model in de white paper. Download gratis
Mindset is de manier waarop je denkt over jezelf, over falen, over uitdaging en over verandering, plus het gedrag dat daar automatisch uit volgt. Er zijn twee standen. De gesloten stand gelooft dat kwaliteiten vastliggen: je hebt talent, discipline en intelligentie, of je hebt het niet. Falen is daar geen informatie. Het is onthulling, en het laat zien dat je misschien niet goed genoeg bent. De open stand gelooft dat vaardigheid ontstaat door herhaling, nieuwsgierigheid en bijsturen. Falen is daar bewijs dat je meedoet.
Het mechanisme is dat mindset vóór het besluit zit. Twee mensen kijken naar exact dezelfde situatie en zien exact hetzelfde risico. Wat verschilt is niet de waarneming. Het is wat er tussen waarnemen en handelen gebeurt: welke opties worden toegelaten, welk verhaal aan de situatie wordt gehangen, welk besluit daar logisch uit volgt. De gesloten stand zoekt eerst zekerheid en verliest tempo. De open stand voelt dezelfde spanning en zet toch een stap.
Wat de schakel taai maakt is dat beide standen zichzelf bevestigen. Trek je je terug, dan verzamel je geen tegenbewijs en concludeer je dat het niks voor jou is. Handel je wel, dan verzamel je data, ook uit mislukkingen, en concludeer je dat je dit kunt leren. Binnen het eigen wereldbeeld heeft elk van beiden gelijk. De gesloten stand is het gevaarlijkst als die klinkt als nuchter realisme: ik heb dit al gedaan, ik heb eerst meer zekerheid nodig. De gedachte voelt dan niet als een overtuiging. Die voelt als een feit.
Onder druk wil het brein snelheid, duidelijkheid en zo min mogelijk energieverbruik. Het kiest de route die het al kent. Precies dan slaan de meeste mensen het afwegen over en springen van waarnemen direct naar reageren. Onder druk is mindset dus geen kwestie van hoe je je voelt. Het is de vraag of je in de seconde tussen prikkel en respons nog één andere optie kunt toelaten.
De twee standen zijn geen typologie en geen oordeel. Het zijn standen waar je in schiet, vaak onbewust. Het onderscheid dat er werkelijk toe doet is dat de open stand weet dat die in een stand zit en de gesloten stand niet. Daar zit de hele hefboom.
De laatste kans om te schakelen is voor de actie.
Mensen die capaciteiten als ontwikkelbaar zien herstellen sneller en leren effectiever na tegenslag dan mensen die intelligentie als vaststaand beschouwen.
Dweck, C. S. (2006). Mindset: The New Psychology of Success. Random House. · Alle acht de bronnen en hun grenzen
Het onderscheid tussen een vaststaande en een ontwikkelbare kijk op eigen kunnen komt van Carol Dweck. Wat de Human Performance Code eraan toevoegt is de plaatsing: het moment waarop dat onderscheid werk verzet ligt tussen waarnemen en handelen, en dus voor het besluit.
Mindset is de dagelijkse uitvoering van identiteit. Wie je zegt te zijn wordt bewezen of ontkracht in de stand die je kiest als het spannend wordt. Zonder deze schakel blijft een nieuwe identiteit een voornemen.
Naar doelen werkt mindset als begrenzer. De gesloten stand stelt doelen binnen wat al bewezen is. De open stand stelt doelen die net buiten de comfortzone liggen. Dezelfde stand bepaalt wat een tegenslag onderweg betekent: een test, of een eindstation.
De scherpste koppeling loopt naar error skills. In de gesloten stand is een fout een uitspraak over je waarde en dus onbespreekbaar. In de open stand is een fout data. Zonder deze schakel is leren van fouten technisch onmogelijk, want de fout wordt weggewerkt in plaats van onderzocht. Sterke routines en hoge doelen lopen daar allemaal op vast.
Het werk begint bij herkenning. De eerste opdracht is niet anders worden, het is zien in welke stand je zit. Zolang de gesloten stand klinkt als nuchtere waarheid valt er niets te sturen.
Het moment ligt voor de actie. De ruimte om te schakelen zit tussen waarnemen en handelen, in de fase waarin je opties weegt. Zodra je handelt is de keuze gemaakt en ben je alleen nog aan het uitvoeren. Dat betekent tussentijds schakelen in plaats van achteraf reflecteren. Eén seconde vertraging in je hoofd is genoeg.
In dat moment gaat het om één vraag, in wisselende vormen. Wat zou een andere versie van mij hier doen. Wat zou ik kiezen als ik geen angst voelde. Het antwoord hoeft geen sprong te zijn. Een kleine verschuiving volstaat: van dit is niks voor mij naar wat kan ik hiervan leren.
De oefening die dat traint kijkt terug en lost niets op. Pak een moment van de afgelopen zeven dagen waarop je spanning voelde en beschrijf wat er gebeurde, wat je voelde en wat je deed. Benoem eerlijk vanuit welke stand dat gedrag kwam. Vraag wat de open versie van jou had kunnen doen, niet wat perfect was geweest maar wat één stap verder lag. Kies dan één situatie die eraan zit te komen en schrijf op wat je normaal zou doen en wat je nu gaat doen.
De eerste stap is meten waar deze schakel staat ten opzichte van de andere zeven. Zolang je niet weet of mindset je laagste is, is werken eraan een gok.